
Victor, wanneer ontdekte je dat muziek meer zou worden dan een hobby?
“Dat begon al vroeg. Mijn vader speelde in de fanfare van Meerbeke en als kleine jongen mocht ik vaak mee. Muziek was thuis altijd aanwezig. Eerst speelde ik accordeon. Mijn vader had er eentje gekocht en dat was mijn eerste instrument. Maar alles veranderde toen ik voor het eerst Apache van The Shadows hoorde. Die gitaren maakten zo'n indruk op mij dat de accordeon bijna meteen naar zolder verhuisde. Vanaf dan wilde ik gitaar spelen, maar gitaarlessen bestonden toen nauwelijks. Ik heb mezelf dus veel aangeleerd. Muziek lezen kon ik niet, maar ik speelde alles op gehoor. Zet een plaat op en na een paar keer luisteren kon
ik meestal meespelen. Dat is eigenlijk altijd zo gebleven.“
Hoe zijn De Doorbrekers ontstaan?
“Dat verhaal begint in de schoenfabriek waar ik werkte. Ik zat er op een afdeling met vooral vrouwelijke collega's. Toen we een naam zochten voor ons orkest, schreven zij allerlei voorstellen op papier. Iedereen mocht ideeën aanbrengen. Uiteindelijk kwam 'De Doorbrekers' eruit. We waren jonge gasten die droomden van een carrière in de muziek. We hoopten ooit door te breken, vandaar de naam. Niemand had toen kunnen denken dat die naam meer dan zestig jaar later nog altijd bekend zou zijn in de streek. Al moet ik er wel bij vertellen dat we ooit een zijsprongetje hebben gemaakt (lacht).“
Vertel!
“In de jaren zestig hebben we een tijdlang opgetreden onder de naam The Swinging Jaguars. We hebben zelfs radio-interviews gedaan onder die naam. Toch voelde dat nooit helemaal als ons orkest. In 1973 ben ik opnieuw gestart met een nieuwe bezetting en keerde de naam De Doorbrekers terug. Dat zat meteen juist. Die naam hoorde bij ons en bij alles wat we hadden opgebouwd.“
Jullie speelden ontzettend veel. Hoe zag het leven van een muzikant er toen uit?
“Druk, maar prachtig. In de jaren zestig haalden we gemakkelijk honderd optredens per jaar. En daarnaast ging ik gewoon werken. Het was dus werken overdag en spelen in het weekend of op feestdagen. We traden op in heel Vlaanderen en regelmatig ook in Wallonië. Daar speelden we trouwens bijzonder graag. Het publiek kwam echt om te dansen. Dat was ook altijd mijn doel: muziek brengen waarop mensen zich amuseren. Een mooi slownummer of een goed ambiancenummer, dat werkte altijd. Soms moest je het publiek wel een beetje op gang helpen. Ik herinner me nog een bal waar de burgemeester aanwezig was. Er werd maar niet gedanst. Op een bepaald moment heb ik hem gewoon aangekondigd en uitgenodigd om de openingsdans te doen. Vanaf dat moment stond de dansvloer vol en dat bleef zo tot het einde van de avond (lacht). Zulke momenten vergeet je niet.“
Kwamen er kansen om nog verder door te breken?
“Na een plaatopname kreeg ik ooit de mogelijkheid om een platencontract te tekenen, maar dat zou betekenen dat ik naar het buitenland moest, naar Duitsland en Frankrijk. Ik had een gezin, een vaste job en een leven hier, dus ik heb daarvoor gepast. Bovendien wist je nooit hoe lang zo'n muziekcarrière zou duren. Als je platen niet verkochten, lag je buiten. Ik heb daarom bewust gekozen voor zekerheid. Achteraf bekeken heb ik daar nooit spijt van gehad. Muziek heeft mij ongelooflijk veel gegeven zonder dat ik daarvoor alles moest opofferen.“
Wat zijn de mooiste herinneringen uit die lange carrière?
“Het Sportpaleis staat zeker bovenaan het lijstje. We namen deel aan een grote Belgische muziekwedstrijd met honderden orkesten. Eerst waren er provinciale selecties; daarna mochten de beste groepen naar de finale in Antwerpen. De eerste keer eindigden we als zestiende van ongeveer zeshonderd deelnemende groepen. Een jaar later deden we opnieuw mee en haalden we zelfs de top tien. Voor ons, muzikanten uit Meerbeke, was dat een enorme prestatie. We trokken met twee volle autobussen met supporters naar Antwerpen. Als je dan op het podium komt en je hoort al die mensen juichen … dat geeft een gevoel dat moeilijk te beschrijven is.“
Sinds corona ben je gestopt met optreden. Hoe kijk je vandaag terug op die periode?
“Corona was voor mij het moment om een punt te zetten achter mijn actieve carrière. Mijn vrouw had steeds meer zorg nodig en ik wilde
zoveel mogelijk tijd met haar doorbrengen. Jarenlang heb ik thuis voor haar gezorgd, wat ik graag deed, ook al was het zwaar. Vandaag woont ze in een woonzorgcentrum, waar ik haar vaak bezoek. En muziek speelt ondertussen nog altijd een rol in mijn leven. Ik luister nog iedere dag en zing af en toe nog eens. En de naam De Doorbrekers leeft verder dankzij andere muzikanten. Dat vind ik mooi.“
Wat hoop je dat mensen zich herinneren van De Doorbrekers?
“Dat we mensen plezier hebben gebracht. We wilden dat mensen buitenkwamen, dansten en een goeie avond beleefden. Als ik terugkijk op al die jaren, ben ik vooral dankbaar. We zijn misschien nooit wereldberoemd geworden, maar we hebben wel meer dan zes decennia lang mensen laten zingen en dansen. En eerlijk? Dat is misschien nog mooier. Daar ben ik nog elke dag trots op.“
