
Wanneer ontdekte je dat kunst meer was dan een hobby?
"Kunst is eigenlijk altijd aanwezig geweest. Als kind was ik al gefascineerd door kunstenaars zoals Bruegel, Bosch en later ook Escher. Andere kinderen wilden vaak naar een pretpark, terwijl ik het geweldig vond om een tentoonstelling te bezoeken. Mijn familie heeft dat ook altijd ondersteund, zo nam mijn peter me bijvoorbeeld regelmatig mee naar musea en tentoonstellingen. Later genoot ik een opleiding aan de academie in Aalst en kreeg ik, nadien in Ninove, les van kunstenaar Claude Dendauw. Met hem had ik later nog steeds een sterke band. Later studeerde ik Vrije Beeldende Kunst en begon ik me steeds meer te verdiepen in kunstgeschiedenis, en dat is nooit gestopt.”
Hoe zou je jouw werk omschrijven aan iemand die het nog nooit heeft gezien?
"Vroeger maakte ik vooral grote abstracte werken met cirkelvormen en composities. Tijdens de coronaperiode woonde ik drie jaar op een klein zeilbootje in Middelburg. Op zo’n boot had ik daarvoor letterlijk geen ruimte meer. Noodgedwongen begon ik kleine potloodtekeningen te maken. Heel gedetailleerd en bijna obsessief uitgewerkt. Wat toen begon als een praktische oplossing, bleek achteraf een keerpunt te zijn. Toen ik later opnieuw in een appartement woonde, besloot ik exact dezelfde manier van werken te behouden, maar dan op veel grotere dragers. Vandaag werk ik soms bijna een jaar aan één tekening. Ik probeer een groot beeld leesbaar te houden, ondanks de enorme hoeveelheid details die erin zitten."
Die jaren in Middelburg lijken een kantelpunt te zijn geweest. Toch koos je ervoor om terug naar Ninove te komen.
"Dat verliep via een tussenstop. Toen ik jonger was, dacht ik dat ik elders meer inspiratie zou vinden. Toen ik besloot Middelburg en Nederland te verlaten, heb ik eerst nog inGent gewoond, maar uiteindelijk besefte ik dat de plek waar ik ben opgegroeid voor mij enorm
belangrijk blijft. Ninove voelt vertrouwd. Hier heb ik alles voor het eerst beleefd. Hier liggen mijn herinneringen en mijn referentiekader. Toen ik weg was, heb ik eigenlijk pas beseft hoeveel die omgeving voor mij betekent. Bovendien heb ik hier de rust gevonden die ik nodig heb om te werken. Mijn tekeningen vragen veel concentratie en tijd. Ik voel dat ik hier dichter bij mezelf sta dan in een drukke stad. Dat had ik vroeger nooit verwacht."
Je haalt het belang van herinneringen en een referentiekader aan. Hoe vertaalt zich dat naar je werk?
"Ik denk dat ik altijd iemand ben geweest die zich verwondert over de wereld. Mijn moeder vertelt nog vaak dat ik als kind aan een klasgenoot vroeg of hij wel zeker wist dat hij echt bestond. Dat soort vragen hebben me nooit losgelaten (lacht). Ik ben gefascineerd door hoe mensen betekenis geven aan hun leven en hun omgeving. Daarom duiken in mijn werk vaak verwijzingen op naar geschiedenis, samenlevingen, ideologieën en menselijke gedragingen. Ik
probeer niet te oordelen of antwoorden te geven. Ik probeer vooral te begrijpen. Veel grote tekeningen ontstaan uit notitieboeken waarin ik jarenlang ideeën verzamel. Soms groeit een beeld uit gedachten die ik vier of vijf jaar geleden heb neergeschreven. Pas wanneer ik voel dat zo'n idee nog altijd relevant is voor mij, begin ik eraan."
Wat hoop je dat mensen ervaren wanneer ze naar je tekeningen kijken?
"Ik wil vooral dat mensen blijven kijken. Mijn werk hoeft niet onmiddellijk duidelijk te zijn. Integendeel, ik vind het leuk wanneer een tekening een beetje een puzzel wordt. Er zitten verwijzingen in naar films, kunstgeschiedenis, mythologie, humor en maatschappelijke thema's. Soms herkennen mensen iets wat ik bewust heb toegevoegd, soms zien ze dingen die ik zelf nooit had opgemerkt. Dat vind ik fantastisch. Voor mij hoeft kunst ook niet alleen ernstig te zijn. Een ludieke verwijzing naar Monty Python kan even belangrijk zijn als een verwijzing naar een historische gebeurtenis. Het leven zelf is tenslotte ook een mengeling van humor, chaos, schoonheid en absurditeit."
Steeds meer mensen ontdekken je werk. Een recent hoogtepunt was het prestigieuze kunstevenement de Biënnale van Venetië. Wat maakte die ervaring zo bijzonder?
"Dat is zonder twijfel een van de grootste stappen die ik tot nu toe als kunstenaar heb gezet. Venetië is een plek waar kunstenaars van over de hele wereld samenkomen. Alleen al geselecteerd worden voelt bijzonder. Ik moest een portfolio indienen, alvorens ik werd uitgenodigd voor verschillende gesprekken met een jury. Dat was best spannend. Op zo'n moment stel je jezelf en je werk heel kwetsbaar op. Toen ik uiteindelijk hoorde dat ik geselecteerd was, besefte ik pas echt welke kans dit was. Sinds de tentoonstelling merk ik ook dat mijn werk meer en meer gezien wordt."
Voelt dit als een bevestiging dat je op het juiste spoor zit?
"Ja, in zekere zin wel. Als kunstenaar werk je vaak lang alleen, zonder altijd te weten hoe je werk ontvangen zal worden. Wanneer mensen erop reageren, er tijd voor nemen of het willen aankopen om er zelf mee te leven, geeft dat vertrouwen. Tegelijk probeer ik daar niet te veel van afhankelijk te zijn. Het belangrijkste blijft voor mij dat ik kan blijven tekenen. Natuurlijk zou ik ooit graag samenwerken met een galerie die kunstenaars echt ondersteunt en respecteert, maar nog belangrijker is dat ik mijn vrijheid behoud. Ik heb nooit gedroomd van roem of een glamoureus kunstenaarsbestaan. Wat mij gelukkig maakt, is in mijn atelier zitten en een idee zien groeien tot een beeld. Als ik dat de rest van mijn leven kan blijven doen, dan ben ik tevreden."
