Marc over de lokale oorlogsgeschiedenis

Verhalen die niet mogen verloren gaan
Hoewel hij vandaag in Geraardsbergen woont, blijft Marc Thienpont nauw verbonden met zijn geboortedorp Denderwindeke en Ninove. Als vaandeldrager neemt hij deel aan herdenkingen van de twee wereldoorlogen, maar minstens even bekend is hij als verzamelaar van lokale oorlogsgeschiedenis. Al tientallen jaren verzamelt hij documenten, foto's, getuigenissen en verhalen uit de streek. Wat begon met de verhalen van zijn vader, groeide uit tot een levenslange passie voor erfgoed, herinnering en het bewaren van wat anders verloren dreigt te gaan.


Waar is die fascinatie voor geschiedenis begonnen?

“Bij mijn vader. Toen ik een jaar of zes was, nam hij mij al vaak mee op stap. Onderweg vertelde hij verhalen over gebeurtenissen uit de oorlog. In Denderwindeke wees hij bijvoorbeeld de plek aan waar een Amerikaans vliegtuig was neergestort, in de Boterdael. Hij kon daar zo levendig over vertellen dat ik er volledig door geboeid raakte. Als kind besefte ik plots dat de grote geschiedenis, die je in boeken leest, zich ook gewoon in je eigen dorp had afgespeeld. Dat idee heeft mij nooit meer losgelaten. Jaren later ben ik zelf onderzoek beginnen doen naar die vliegtuigcrash. Uiteindelijk resulteerde dat in een boek: De crash van de Liberator B-24 J in Denderwindeke op 29 december 1944. Het voelt nog altijd bijzonder dat een verhaal dat ik ooit van mijn vader hoorde, later mijn eerste boek werd.”

Je ging ook zelf op zoek naar getuigenissen.

“Ja, want boeken vertellen veel, maar mensen vertellen nog meer. Ik heb jarenlang gesproken met mensen die de oorlog zelf hadden meegemaakt. Vooral interviews met Belgische soldaten uit de Achttiendaagse Veldtocht (tijdens WO II, red.) hebben een grote indruk op mij gemaakt. Sommige gesprekken waren emotioneel. Ik herinner me een veteraan die mij foto's liet zien en plots geëmotioneerd vertelde over de angst die hij had gevoeld toen de Duitse troepen oprukten. Die emoties waren tientallen jaren later nog altijd aanwezig. Vandaag zijn bijna al die mensen overleden. Dat maakt die gesprekken achteraf nog waardevoller. Er zijn verhalen die nergens op papier stonden. Als niemand ze noteert of opneemt, verdwijnen ze voorgoed.”

Van onderzoeker groeide je ook uit tot vaandeldrager. Wat betekent die rol voor jou?

“Bij herdenkingen draag ik het oud-strijdersvaandel van Denderwindeke. Daarmee brengen we hulde aan oorlogsslachtoffers, veteranen en iedereen die door de oorlog werd getroffen. Zo'n vaandel lijkt misschien eenvoudig, maar voor mij heeft het veel betekenis. Je vertegenwoordigt niet jezelf. Je staat daar namens mensen die er niet meer zijn. Dat voel je vooral tijdens de plechtigheden op 11 november of andere herdenkingen in Ninove en de deelgemeenten. Dan besef je hoe belangrijk het is dat die herinnering blijft voortleven. Zelf ben ik geen veteraan. Ik ben van 1957 en heb de oorlog uiteraard niet meegemaakt. Toch kreeg ik het vertrouwen om het vaandel te dragen. Dat zie ik als een grote eer.”

Heb je een persoonlijke band met het vaandel?

“Zeker. Het gaat niet alleen over de twee wereldoorlogen, maar ook over de opgeëisten uit de Eerste Wereldoorlog. Mijn grootvader was één van hen. Daardoor voelt die geschiedenis voor mij niet veraf of abstract. Ze maakt deel uit van mijn familiegeschiedenis. Door de jaren heen heb ik meegewerkt aan verschillende initiatieven om die verhalen zichtbaar te houden, zoals monumenten en herdenkingsprojecten. Als mensen even stilstaan bij wat er gebeurd is, dan heeft zo'n herdenking haar waarde bewezen.”

Je bewaart ondertussen een indrukwekkend archief. Wat zit daar allemaal in?

“Een betere vraag is misschien: wat zit er niet in? (lacht) Boeken, documenten, foto's, oude oorlogskranten, interviews, dossiers over vliegtuigcrashes, lokale verhalen … Mijn archief is in de loop der jaren behoorlijk uitgebreid. Wat mij vooral interesseert, is lokale geschiedenis. Iedereen kent de grote gebeurtenissen uit de oorlog, maar wie weet nog wat er zich afspeelde in een bepaalde straat in Denderwindeke, Appelterre of een andere deelgemeente? Net die verhalen dreigen verloren te gaan. Momenteel werk ik bijvoorbeeld aan een studie over het oude kerkhof rond de kerk van Denderwindeke. Dat heeft niets met militaire geschiedenis te maken, maar wel met dezelfde overtuiging: lokale geschiedenis verdient het om bewaard te worden.”

Doorheen dat alles loopt nog een andere rode draad: schrijven.

“Dat klopt. Ik heb jarenlang in de banksector gewerkt en daar schreef ik veel correspondentie. Ik was daar bijzonder nauwkeurig in. Voor mij verdiende een landbouwer dezelfde verzorgde brief als een directeur van een groot bedrijf. Taal is belangrijk. Een goed geschreven tekst toont respect voor degene die hem leest. Misschien heeft die ingesteldheid mij ook geholpen als onderzoeker. Verhalen verzamelen is één zaak, maar je moet ze ook helder kunnen doorgeven. Eigenlijk doe ik al mijn hele leven hetzelfde: informatie verzamelen, ordenen en doorgeven aan anderen.”

Wat hoop je nog mee te geven aan de volgende generaties?

“Dat je kennis niet voor jezelf moet houden.  Als je iets weet, moet je het delen.  Zo kijk ik ook naar geschiedenis. Alles wat ik verzameld heb, mag iedereen weten. Daarom laat ik mensen graag meegenieten van mijn onderzoek of neem ik hen mee naar herdenkingen. Mijn grootste wens is dat die verhalen blijven voortleven. Niet voor mij, maar voor de generaties na ons. Want zodra niemand ze nog vertelt, verdwijnen ze. En dat zou pas echt zonde zijn.”

Lees hier nog meer verhalen uit Ninove

Naar top