
Manu, stel jezelf eens voor. Wie ben je en waarvan kunnen mensen je kennen?
“Ik ben Manu Geeroms, al is mijn echte naam Emanuel, maar dat weet bijna niemand (lacht). Ik ben geboren en getogen in Ninove. Vandaag woon ik net buiten de stad, maar mijn hart ligt hier nog altijd. Ook mijn sociaal leven speelt zich hier af.”
Je bent al jarenlang actief in het carnaval. Speelt dat een rol in Festiloco?
“Zeker. Via de Chiro ben ik rond mijn tiende in het carnaval gerold. Intussen zit ik bijna dertig jaar bij dezelfde groep, Nie Geweun. Dat zit echt in mij en dat voel je ook in Festiloco. Het idee van ‘fout en stout’ komt daar eigenlijk vandaan en is typisch Ninoofs (lacht). We noemen onze stad de ‘oudste, stoutste en wijste’, en ik heb daar gewoon een ‘F’ voor gezet (lacht). Maar het is meer dan dat: het is een sfeer. Mensen die zich amuseren, zich een beetje laten gaan. Eigenlijk is het een zomerversie van carnaval.”
Waar is het idee voor het festival ontstaan?
“Dat is gegroeid toen ik hier ooit meewerkte op Tribu. Ik vond die sfeer fantastisch: muziek, mensen samen, ambiance. Alleen was de muziek daar voor een heel specifiek doelpubliek. En toen dacht ik: wat als we zelf iets organiseren, maar met een breder aanbod? Muziek waar iedereen iets in vindt. Van foute hits tot retro en stevigere beats. Dat idee is blijven hangen en uiteindelijk heb ik de stap gezet.”
Hoe start je met zo een festival? Waarmee begin je?
“Ik ben gewoon met mijn idee naar de burgemeester gestapt. Het park zelf bleek geen optie, dus zijn we uitgeweken naar twee locaties aan de rand, met de brug als verbinding. Dat gaf meteen iets unieks. Het eerste jaar was echt pionieren. Bovendien zaten we nog in coronatijden: we hebben een editie moeten uitstellen en ook daarna was het nog spannend of alles kon doorgaan. Maar uiteindelijk is het gelukt en dat gaf een enorme boost.”
Het festival is sindsdien sterk geëvolueerd. Hoe ziet Festiloco er vandaag uit?
“We hebben snel geleerd uit dat eerste jaar. Vandaag werken we met drie podia, elk met hun eigen sfeer. De mainstage brengt vooral 90’s muziek en op het einde wat stevigere acts. Op de Ganzeweide is er de après-ski stage: de hele dag foute party, denk aan trouwfeesten en
meezingers. En aan de overkant van het water is er de retrostage met muziek uit de oude discotheken. Zo proberen we echt iedereen aan te spreken. En dit jaar komt er nog iets extra bij: een ‘secret stage’. Die moet je zelf ontdekken. Je weet niet waar die is, tot je plots ergens binnenstapt en denkt: amai, wat is dit? Dat maakt het net leuk.”
Een festival organiseren brengt ongetwijfeld de nodige uitdagingen met zich mee …
“Klopt helemaal. Zo had ik het eerste jaar het idee om de VIP-ruimte in een botsautotent te voorzien. Dat leek mij geweldig. Maar de vrachtwagen reed zich ’s nachts vast in het gras en zakte er gewoon een halve meter in. Die moest er met een kraan uitgehaald worden. Dus plots zat ik vijf dagen voor het festival zonder VIP (lacht). Uiteindelijk hebben we op 24 uur tijd een tent geregeld. Dat typeert de sector wel: je moet flexibel zijn en snel kunnen schakelen.”
Zijn er ook momenten die je vooral bijblijven om de sfeer of de mensen?
“Ja, de dag zelf is vaak een beetje een waas. Je hebt zoveel geregeld en op dat moment moet je het ook loslaten. Iedereen weet wat hij moet doen en het festival moet gewoon draaien. Maar sommige momenten blijven wel hangen. Zoals vorig jaar, toen we een juniorfestival organiseerden. Ik had de klasgenootjes van mijn dochter uitgenodigd. Op een bepaald moment zijn we met een groepje kinderen backstage gegaan om een foto te vragen aan Metejoor. Mijn dochter trok gewoon aan zijn mouw en vroeg het. Hij heeft meteen zijn eten laten staan om met hen op de foto te gaan. Dat zijn dingen die je niet plant, maar die het zo mooi maken.”
Je blijft ook inzetten op beleving en vernieuwing. Waar wil je nog naartoe met Festiloco?
“In het begin werkten we vooral met opblaasbare elementen om een zomerse sfeer te creëren: flamingo’s, strandballen … Maar intussen willen we echt een stap verder gaan. Dit jaar bouwen we bijvoorbeeld een mainstage (hoofdpodium, red.) die eruitziet als een gigantische golf, een soort tsunami van veertig meter breed, met surfplanken en zelfs een haai die erin verwerkt zit. Ik ben zelf al jaren bezig met watersport, zoals windsurfen, en dat inspireert mij. Door mijn achtergrond in carnaval kan ik nu die creativiteit ook in het festival steken. Dat vind ik misschien nog het leukste.”
Stel dat alles mogelijk zou zijn, zonder budgettaire beperkingen, wat zou je dan nog willen realiseren met Festiloco?
“Dan zou ik echt zot doen. Grote internationale namen zoals Armin van Buuren of Tiësto programmeren, spectaculaire shows plannen met hologrammen … dingen die technisch nu gewoon niet haalbaar zijn op deze locatie. Maar dat zijn dromen hé. Voor mij zit de echte uitdaging in creatief blijven binnen wat wél kan. Zoals die grote golf die we dit jaar bouwen, dat soort dingen. Daar haal ik minstens evenveel voldoening uit.”
