
Dag Frederic, jij bent de man achter het Kevertreffen. Waar kunnen de mensen jou van kennen?
“Ik woon in de Beverstraat, niet ver van waar ik geboren ben: in de kliniek hier in Ninove. Ik ben dus een échte Ninovieter (lacht). Mijn ouders zijn in 1969 met Parfumerie Peeters begonnen en sinds 1971 zitten we op de huidige locatie. Ik heb hier altijd gewoond en gewerkt, dus mijn band met de stad is heel sterk.”
Hoe is het Kevertreffen in Ninove ontstaan?
“In 1998 waren we binnen de handelsvereniging op zoek naar een nieuw evenement om volk naar de stad te trekken. We hadden al van alles geprobeerd, maar we misten nog een écht sterk concept. Zelf was ik toen al jaren bezig met Volkswagen kevers en ging ik vaak naar meetings in binnen- en buitenland. Ik kende ondertussen heel wat gelijkgestemde zielen. Op een bepaald moment viel het kwartje: waarom nodig ik mijn kameraden met hun kevertjes niet gewoon uit naar Ninove? Zo is het eerste Kevertreffen ontstaan. Het was kleinschalig, maar de sfeer zat meteen goed. Dat was het begin van alles.”
De zaak heb je overgenomen van je ouders, was dat ook zo met de voorliefde voor de kevertjes?
“Niet echt, mijn liefde voor de kevertjes heeft vooral te maken met de vorm van die wagens. Als kind was ik daar al door gefascineerd en
reed ik met kleine Matchbox-kevertjes rond in huis. Die esthetiek van een kever, dat ronde, dat vriendelijke, die typische ruiten … het sprak me gewoon aan. Op mijn veertiende kocht mijn vader zijn eerste witte kever om een oude nummerplaat te behouden. Ik reed daar toen wat mee rond in de tuin en vanaf dat moment was ik helemaal verkocht. Nadien zijn er nog kevers gekomen en gegaan, en zo is die passie alleen maar gegroeid.”
Intussen heb je zelf ook een verzameling?
“Ik heb verschillende kevers en ook een paar Volkswagenbusjes. Ik heb me altijd gespecialiseerd in oude Volkswagens. Sommige mensen verzamelen Porsche of Mercedes, anderen van alles wat. Ik ben altijd binnen Volkswagen gebleven, omdat ik daar door de jaren heen best veel van weet. Ik ken de details: deurklinken die maar één jaar geproduceerd zijn, achterkleppen die uniek zijn voor een bepaald modeljaar … Dat maakt het net zo boeiend. Natuurlijk zijn er wagens van andere automerken die ik ook graag zie, maar ik ken ze niet tot in het detail, en dat is voor mij essentieel.”
Sleutel je zelf ook aan die wagens?
“Ik kan vooral goed uitleggen hoe het moet (lacht). Als ik sleutel, is dat meestal samen met iemand anders die er technisch sterker in staat. Dan doe ik zelf mee en leer ik bij. Dat samen sleutelen met vrienden vind ik eigenlijk minstens even leuk als het rijden zelf. Mijn collectie groeit wel niet echt meer. Er komen wagens bij, maar er gaan er ook weg. Op een bepaald moment had ik gewoon te veel projecten staan. Dan moet je keuzes maken. Nu probeer ik het overzichtelijk te houden.”
Zijn er wagens waar je nooit afscheid van zou kunnen nemen?
“Ik ben daar wel wat romantisch in. Elke wagen draagt herinneringen met zich mee. Als ik een busje zie waarmee mijn vrouw en ik ooit helemaal door Frankrijk reden, dan zie ik die reis opnieuw voor me. Dat blijft speciaal. Er is ook één groene Volkswagen waar ik heel lang naar gezocht heb en die uiteindelijk via een gelukkig toeval in mijn bezit is gekomen. Dat is zo’n wagen waar je niet zomaar afstand van doet.”
Wanneer is het Kevertreffen echt beginnen groeien?
“Rond 2006 is het in een stroomversnelling geraakt. Ik ging al jaren naar Engeland en kende daar veel mensen uit het Volkswagenwereldje. Op een bepaald moment zei iemand: “Waarom doen we niet met een groep een rit naar jouw evenement in België?” Het eerste jaar kwamen er ineens een twintigtal Engelse kevertjes opdagen. Dat was even schrikken. Ik had hen allemaal een Witkap beloofd en ze kwamen met twee of drie per auto … Dan loopt je rekening snel op (lacht). Dat zijn anekdotes die je niet vergeet. Vanaf dan is het alleen maar gegroeid, via mond-tot-mondreclame. Intussen is het treffen zó groot dat ik niet alles meer alleen kan doen. We werken met een ploeg van ongeveer 22 stewards die alles mee in goede banen leiden. Dat zijn mensen uit Ninove en omgeving, met of zonder Kever, maar allemaal met een hart voor het evenement. Zonder hen zou het gewoon niet lukken.”
Hoe internationaal is het Kevertreffen vandaag?
“Ik noem het geen wereldmeeting, maar er komen wel deelnemers uit Frankrijk, Duitsland, Nederland, Luxemburg, Engeland en zelfs Denemarken. Sommigen komen bijna elk jaar terug. Het is echt uitgegroeid tot een vaste afspraak op de kalender. Steeds meer mensen komen al op zaterdag aan en blijven een heel weekend. Dat is fijn voor de stad, de hotels en de horeca. Het Kevertreffen is intussen een tweedaags verhaal geworden, met op zaterdag een ontvangst in brouwerij Slaghmuylder en op zondag het eigenlijke treffen in het centrum. Bij goed weer zitten we rond de 800 wagens; bij regen is dat eerder 450 à 500. Buitenlandse deelnemers komen sowieso, maar Belgen beslissen vaak pas ’s ochtends. Dat blijft eigen aan buitenevenementen.”
Waar kijk je zelf het meest naar uit tijdens dat weekend?
“Uiteindelijk draait het al lang niet meer alleen om de auto’s. Het is de gemeenschap die errond is gegroeid. Je ziet vrienden terug, je praat bij over wagens, maar evengoed over het leven. Het Kevertreffen is een soort jaarlijkse reünie geworden, dat maakt het zo bijzonder. Voor mij voelt het bovendien als de échte start van de lente. Ik kijk er dus enorm naar uit.”
