
Wat voor landbouw doen jullie precies?
David: “We runnen een vleesvee- en akkerbouwbedrijf. In onze stallen staan vooral koeien, zo’n 195 in totaal. We werken volledig gesloten: van de geboorte van de dieren tot het vlees op het bord gebeurt alles bij ons op het bedrijf. Daarnaast hebben we ook een kleine tak schapenhouderij. Dat zijn vooral rammen, de mannelijke schapen, die bestemd zijn voor het offerfeest. Daar hebben we ons op toegelegd.”
Hoe zijn jullie met het bedrijf begonnen?
Hubert: “Mijn ouders zijn altijd landbouwers geweest. Toen mijn vader ziek werd, moest één van de 13 kinderen verder boeren en ik was de uitverkorene (lacht). In 1978 heb ik het bedrijf overgenomen, op 25-jarige leeftijd. Tot 2015. Dan heb ik het overgelaten aan mijn zoon en ben ik met pensioen gegaan.”
David: “Ik werkte eerst 15 jaar als technisch bediende, maar heb dan toch de keuze gemaakt om het familiebedrijf verder te zetten. De passie
voor het vak was er altijd al, zo hield ik op mijn 18 jaar al schapen. Maar de boerderij bij mijn ouders thuis was volgens de normen niet meer
geschikt om verder te boeren. Daarom hebben we in 2015 een nieuwbouw gezet in de Cyriel Prieelsstraat.”
Hubert: “De oude boerderij uitbreiden was inderdaad niet mogelijk. Vroeger waren er heel wat weides rondom ons perceel, maar die hebben plaatsgemaakt voor nieuwe huizen. Onze stallen uitbreiden was dus niet meer mogelijk. Ook de komst van de nieuwe steenweg naar Aalst (Geraardsbergsesteenweg, red.) zorgde voor een extra moeilijkheid om verder te boeren.”
Je bent meteen met een groot project gestart, David! Hoe verliep dat?
David: “Het was een serieuze uitdaging. De buren hadden natuurlijk wat schrik van onze komst, maar eigenlijk is dat allemaal heel goed verlopen. Vandaag is het daar zeer plezant boeren. We komen met iedereen overeen en staan voor veel open. Zo hebben we één van onze stallen al eens opengesteld voor stad Ninove en Natuurpunt tijdens hun boomplantactie van het geboortebos."
Hoeveel mensen werken er bij jullie?
David: "Ik ben de enige die fulltime werkt in ons bedrijf. Gelukkig krijg ik wel vaak hulp van mijn vader, moeder en zoon. Helemaal alleen kan je dit niet. Ook heb ik camera’s hangen op het domein, zodat ik ’s nachts alles kan opvolgen. Daar kijk ik dan regelmatig op, zeker wanneer een koe moet kalven bijvoorbeeld.”
Jij wil het bedrijf later verderzetten, Wout?
Wout: “Ja, ik zou dat wel graag doen. Het zit in mijn genen. In het weekend en in de vakanties ben ik nu al vaak op de boerderij. Het liefst rijd ik een hele dag rond met de tractor. Maar ik hou me ook graag bezig met dieren, onder andere de schapen interesseren me meer en meer. Ik heb er al enkele gekregen die ik zelf moet onderhouden en die gaan binnenkort lammetjes krijgen!”
David: “Ik ben blij dat Wout nu al aangeeft dat hij het bedrijf wil verderzetten, want eenmaal je stopt, kan je nooit meer terug, tenzij je de lotto
wint (lacht). Er komen zoveel kosten bij kijken dat je onmogelijk een nieuw landbouwbedrijf kan beginnen de dag van vandaag.”
Wout: “Ik weet dat het als boer steeds moeilijker wordt in de toekomst, maar toch zou ik niets anders willen doen.”
Wat was jullie mooiste moment van de afgelopen jaren?
Hubert: “Voor mij was dat toch wel de nieuwbouw. Dat was een hele stap vooruit. Vroeger deden we zoveel zware arbeid met weinig materiaal, dat kan je je nu niet meer voorstellen.”
David: “Het mooiste vind ik wanneer er bij de koeien een tweeling geboren wordt. Het moeilijkste moment is dan weer als er een beestje ziek is, daar kan je helaas niets aan veranderen.”
Wout: “We telen ook suikerbieten, maïs, tarwe, gerst en aardappelen. Ik heb altijd veel voldoening wanneer de vruchten goed groeien.”
Wat zijn de grootste uitdagingen als boer momenteel?
Hubert: “De wetten en normen! Vroeger was een boer vooral op zijn land aan het werk en deed hij zijn werk op basis van ervaring; dat ging goed. Vandaag moet je met veel meer rekening houden. Neem bijvoorbeeld het uitrijden van mest. Een boer weet perfect wanneer dat het best kan, maar nu moet je ook allerlei regels volgen, terwijl we vaak afhankelijk zijn van het weer.”
David: “Een grote uitdaging is dat je genoeg land nodig hebt voor de mest van je dieren. In 2015 hadden we 80 dieren, vandaag zijn dat er 195, dus moet ons land ook alsmaar blijven groeien. Daarbovenop komt er ook veel papierwerk bij, zoals registers die je moet bijhouden. Boeren is dus al lang niet meer alleen op het veld werken. Tegelijk moeten we de natuur meer respecteren dan vroeger. Consumenten verwachten bovendien ook dat voeding steeds gezonder wordt. Daar willen we graag aan meewerken, want als je een jonge opvolger hebt, moet je vooruitkijken. Tegenwerken of vasthouden aan het verleden helpt daar niet bij. Zolang we met elkaar blijven praten, is er altijd hoop. Dat is onze visie.”
Welke raad zou je aan je opvolger en andere jonge boeren nog willen geven?
David: "Investeer in sterke kennis en blijf gedreven door passie: dat maakt het verschil."
