Geschiedenis
Na de verwoesting van de romaans-gotische abdijkerk tijdens de godsdienstoorlogen besloot abt David om een nieuw kerkgebouw te laten oprichten. Zoals in die tijd gebruikelijk was, koos hij voor een gotische stijl. De plannen werden getekend, maar verder dan een gedeeltelijke opbouw boven de fundamenten kwam men niet.
Pas onder abt Ferdinand Van der Haeghen (1712–1754) kreeg het project echt vorm. Hij wist fondsen te verzamelen, leningen af te sluiten en de werken tot voltooiing te brengen. Als overtuigd bewonderaar van de nieuwe stijl liet hij de kerk volledig afwerken in barok: een architectuur die grandeur, beweging en triomf uitstraalt.
Buiten: indrukwekkend en uitnodigend
Nog voor je binnenstapt, zet dit gebouw de toon: brede trappen, de machtige gevel, beelden die hoog boven je uittorenen ... Dit is barok zoals het bedoeld was: groots, theatraal en indrukwekkend. De kerk moest tonen dat ze standhield, dat ze triomfeerde. En dat doet ze nog steeds.
Praktisch
De Abdijkerk is elke dag gratis te bezoeken tussen 9 en 17 uur.
Voor een gegidst bezoek kan je contact opnemen met de dienst toerisme.





Binnen: pracht tot in het kleinste detail
Eenmaal binnen, richt je je blik omhoog. De zuilen, de kapitelen, het spel van lijnen en licht ... alles straalt kracht en vakmanschap uit. Overal zie je kunstwerken: schilderijen, beeldhouwwerk, reliëfs en altaren, vaak van lokale of Vlaamse meesters. Marmer, hout en symboliek vormen één verhaal.
Tussen de blikvangers:
- de indrukwekkende lambrisering van Theodoor Verhaeghen (1736), vol verhalen over heiligen en symbolen
- het hoogaltaar van J.B. Van der Haeghen, met de tenhemelopneming van Maria
- het Forceville-orgel (1728-29), een parel van klank en vakmanschap, bekleed met beelden van Sint-Cecilia en engelen
Elk detail vertelt iets over geloof, kunst en de tijdsgeest. Zelfs de biechtstoelen, de communiebank en het tochtportaal zijn kunstwerken op zich.
